Ga naar de beginpagina van Nierkanker.nl

Niercelcarcinoom

U bevindt zich hier: Patiënten informatie » Onderzoek / diagnose

Onderzoek bij niercelcarcinoom

Een tumor in de nieren geeft in het begin zelden klachten. Dit maakt het ook moeilijk om de ziekte in een vroeg stadium te ontdekken. Soms worden gezwellen in de nieren bij toeval ontekt, als er een algemeen lichamelijk onderzoek wordt gedaan of bij een echografie van de buik die om een andere reden wordt uitgevoerd.

Verschillende klachten zijn voor de huisarts aanleiding om nader lichamelijk onderzoek te doen. Dit is dan meestal een combinatie van de verschillende symptomen:

  • bloed in de urine
  • pijn in de nierstreek (in de zij)
  • nachtzweten
  • gevoel van lusteloosheid
  • verlies van eetlust
  • vaak en langdurig vermoeid zonder duidelijke reden
  • onverklaard verlies van gewicht

Het onderzoek door de huisarts begint met het stellen van een aantal vragen en een lichamelijk onderzoek. Ook wordt er vaak bloed- en urineonderzoek gedaan. Indien de huisarts het vermoeden heeft dat er meer aan de hand kan zijn, dan zal hij of zij doorverwijzen naar een internist of een uroloog. De uroloog of internist herhaalt een deel van het onderzoek, maar kan ook andere onderzoeken uitvoeren zoals het maken van een echografie of het doen van een biopsie.

Bloedonderzoek en urineonderzoek

Bij het bloedonderzoek en het urineonderzoek worden het bloed en de urine van de patiënt onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen. Dit zegt wat over de conditie van organen zoals de nieren en de lever.

Echografie

Echografisch onderzoek is onderzoek waarbij geluidsgolven door het lichaam worden gestuurd. Deze geluidsgolven zijn niet hoorbaar of voelbaar. De weerkaatsing van de geluidsgolven in het lichaam worden opgevangen en daarmee kunnen organen en weefsels zichtbaar worden gemaakt.

Op de beelden die dan van het binnenste van het lichaam ontstaan, kunnen artsen zien of er iets geks aan de hand is met het orgaan of het weefsel.

Voor het onderzoek gaat de patiënt op een onderzoekstafel liggen. Vervolgens wordt er een gel op het lichaam gesmeerd op de plek waar de arts "in het lichaam" wil kijken. De onderzoeker drukt daarna een klein apparaat op de huid en zendt de geluidsgolven uit. De teruggekaatste geluidsgolven maken vervolgens meteen een beeld op een monitor. Deze afbeeldingen kunnen weer als foto's worden opgeslagen.

Echografisch onderzoek is niet pijnlijk, eenvoudig en niet belastend. Wel kan gevraagd worden om een paar uur vantevoren niet te eten en te drinken.

Bij een echografie is het vaak al snel duidelijk of er sprake is van een tumor (gezwel) in de nieren. Mocht het toch niet helemaal duidelijk zijn, dan kan het volgende onderzoek het nemen van een biopt zijn. Als er geen twijfel is, kan de arts meteen overgaan tot het maken van een CT-scan. Met deze scan wordt meer informatie verkregen over het gezwel.

Biopsie

Biopten van een niertumor worden slechts zelden genomen omdat de diagnose na echografie en CT-scan bijna altijd voldoende duidelijk is. Daarbij komt dat er door het nemen van een biopt uit een niertumor gebleken is dat er een kans bestaat dat er kankercellen gaan groeien in het gangetje wat door het prikken van de bioptnaald is ontstaan.

CT-scan (computertomografie)

Met behulp van een CT-scan kunnen organen en weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Als op de echografie een tumor wordt gezien, wordt er altijd een CT-scan gemaakt om meer informatie te verkrijgen over de tumor.

Een CT-scan wordt gemaakt met een ringvormig apparaat waar in het midden een opening in zit. Liggend op een beweegbare tafel, wordt de patiënt door het gat heen geschoven. Het apparaat maakt met behulp van röntgenstraling en een computer, continu foto's van een dwarsdoorsnede van het lichaam. Door al deze dwarsdoorsnedes aan elkaar te koppelen, ontstaat er een 3D-beeld van het binnenste van het lichaam.

Vooraf wordt vaak een contrastvloeistof in een bloedvat in een arm gespoten. Door deze contrastvloeistof worden bloedvaten goed zichtbaar. De contrastvloeistof kan bij patiënten soms wel een warm of weeïg gevoel geven en soms ook tot misselijkheid leiden. Daarom is het advies om enkele uren vantevoren niet meer te eten en te drinken.

MRI-scan (magnetic resonance imaging)

Een MRI-scan maakt net als een CT-scan een groot aantal dwarsdoorsneden van het lichaam. Deze worden vervolgens ook door een computer achter elkaar gezet en zo ontstaat een 3D-computerbeeld van het lichaam. De dwarsdoorsneden worden bij een MRI-scan gemaakt met behulp van een magneetveld.

De patiënt wordt helemaal in een kokervormig apparaat geschoven en moet daar enige tijd blijven liggen. Het apparaat maakt vervolgens alle dwarsdoorsneden van het lichaam.

Doordat je in een buis ligt, ervaren veel mensen het onderzoek als benauwend of eng. Ook maakt het MRI apparaat behoorlijk wat lawaai. Daarom krijgen patiënten oordopjes in met soms de mogelijkheid om je eigen muziek te beluisteren. Via een intercom kun je contact houden met de arts die het apparaat bediend.

Soms wordt er vantevoren een contrastvloeistof in een bloedvat in een arm gespoten. Door deze contrastvloeistof worden bloedvaten goed zichtbaar. De contrastvloeistof kan bij patiënten soms wel een warm of weeïg gevoel geven en soms ook tot misselijkheid leiden. Daarom is het advies om enkele uren vantevoren niet meer te eten en te drinken.

Cystoscopie

Als bij een echografie en/of een CT-scan geen niertumor wordt gevonden, maar als er wel bloed in de urine zit, wordt er meestal een cystoscopie gedaan. Bloed in de urine kan namelijk ook komen door problemen in de blaas.

Een cystoscopie is een "kijkonderzoek" aan de binnenkant van de blaas (de blaasholte) waarbij gebruik wordt gemaakt van een cystoscoop. Deze cystoscoop is een holle buis met een kijkertje aan het einde van de buis.

De cystoscoop wordt via de plasbuis in de blaas geschoven. Bij vrouwen wordt meestal een niet-buigzame cystoscoop gebruikt, omdat de plasbuis van vrouwen kort en recht is. Bij mannen is de plasbuis veel langer en bochtiger, en daar wordt dan meestal ook een flexibele cystoscoop voor gebruikt.

Het onderzoek is niet pijnlijk, maar wordt wel vaak als onprettig ervaren.

Verder onderzoek

Soms is na al deze mogelijke onderzoeken, nog verder onderzoek nodig om te bepalen in welk stadium de ziekte zich bevindt en welke behandelingen er mogelijk zijn.

Doppler-echografie

Doppler-echografie is een combinatie van twee technieken: doppler onderzoek en echografisch onderzoek. Beide technieken maken gebruik van geluidsgolven die weerkaatsen in het lichaam en daardoor het lichaam van binnen zichtbaar maken. Met behulp van echografie kunnen bloedvaten zichtbaar worden gemaakt en met behulp van Doppler-echografie kan de stroomsnelheid in de betreffende bloedvaten worden bepaald.

Veranderingen in de doorstroomsnelheid in een bloedvat, kunnen duiden op een verandering in het bloedvat. Deze verandering kan veroorzaakt zijn door een tumor die het bloedvat in groeit.

X-thorax of CT-thorax

Een X-thoraxfoto is een foto van de borstkas genomen met behulp van röntgenstralen. Deze foto wordt ook wel een longfoto genoemd. De thoraxfoto laat een beeld zien van de longen en de lymfeklieren daaromheen en kan zo uitzaaiingen aantonen.

Meestal worden er twee overzichtsfoto's gemaakt van de borstkas. Een foto waarbij de röntgenstralen van voren naar achteren door het lichaam gaan en een foto waarbij de stralen andersom van achteren naar voren door het lichaam gaan.

Bij een CT-thorax wordt er een CT-scan gemaakt van de longen en de daarbij gelegen lymfeklieren. Hierbij wordt er een 3D-beeld gemaakt van de borstkas en daarmee kunnen ook uitzaaiingen aangetoond worden.

Botscan (skeletscintigrafie)

Een botscan (ook wel skeletscintigrafie genoemd) is een onderzoek dat eventuele uitzaaiingen in de botten zichtbaar kan maken. Voor deze scan moet u op een onderzoekstafel gaan liggen, waarna een camera langzaam over u heen beweegt. Voorafgaand aan de scan wordt via een ader in de arm, een licht-radioactieve stof toegediend. Na enkele uren komt deze stof in de botten terecht en dan kunnen de foto's gemaakt worden. De radioactieve stof hecht zich aan kwaadaardige cellen en zo worden deze zichtbaar op de foto.

De hoeveelheid radioactieve stof is zo klein, dat er geen schadelijke effecten te verwachten zijn. Contact met anderen is na de scan gewoon mogelijk. Na enkele dagen is de radioactieve stof weer vrijwel helemaal uit het lichaam verdwenen.

Hersenscan

Verschillende klachten kunnen wijzen op een uitzaaiing in de hersenen. Als er aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen in de hersenen zal er een CT-scan of een MRI-scan van de hersenen worden gemaakt.

Klachten die op uitzaaiingen naar de hersenen kunnen wijzen zijn hoofdpijn en ochtendbraken.

Lees verder over de behandeling van niercelkanker

U bevindt zich hier: Patiënten informatie » Onderzoek / diagnose
(advertenties)
Stuur deze pagina door naar een vriend Stuur deze pagina door naar een vriendE-mail een vriend(in)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Nierkanker.nl toe aan je favorieten! Favorieten

Quick poll

Heeft u nierkanker?

Ja, ik heb nierkanker
Dat weet ik niet
Nee, ik ben familie of vriend
Nee, ik ben een behandelaar
Anders
(advertenties)